Veelgestelde vragen
Een draagmuur weghalen, uitgelegd
Dit zijn de vragen die ik het vaakst krijg. Staat de uwe er niet bij, bel dan gerust.
Meedenken over een plan kost u niets.
Hoe weet ik of mijn muur draagt?
Er zijn een paar aanwijzingen waar u zelf naar kunt kijken.
- De richting van de vloer. Een dragende muur staat haaks op de richting van de vloerbalken of kanaalplaten, en die rusten erop. De muur die er parallel aan loopt, draagt de vloer niet.
- Doorlopend naar beneden. Staat een muur op de begane grond precies onder een muur op de verdieping, dan draagt hij die vrijwel zeker. De belasting moet immers naar de grond. Soms is dat opgevangen met een ligger in het plafond, maar dat is uitzondering.
- De muren tussen twee woningen dragen altijd. Dat zijn de hoofddraagassen van het gebouw.
- Draagt hij het dak? Ligt de muur in het verlengde van de nok en rusten er gordingen of spanten op, dan is het altijd een draagmuur.
- Een raveling. Bij een trapgat of schoorsteen worden vloerbalken vaak opgevangen door een dwarsbalk. De muur waar die op rust, krijgt daar een zware puntlast en draagt dus.
Dikte is de zwakste aanwijzing. Bij steenachtig materiaal geldt: dikker en
massief klinkend is meestal dragend. Maar een halfsteens muurtje van elf centimeter
draagt in een ouder huis vaak wel degelijk de houten balklaag, een dragende
houtskeletbouwwand klinkt juist hol, en een gipsblokkenwand van tien centimeter
draagt niets.
Zekerheid krijgt u pas uit de bouwtekening of ter plaatse. Sloop dus nooit op een
vermoeden. Stuur me een foto of een plattegrond, dan kijk ik vrijblijvend mee.
Heb ik een vergunning nodig om een draagmuur weg te halen?
Het wijzigen van de draagconstructie is altijd gereguleerd, maar de route is sinds
1 januari 2024 veranderd. Onder de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het
bouwen valt een doorbraak in een particuliere woning in theorie onder Gevolgklasse 1.
Dan vraagt u geen vergunning bij de gemeente aan, maar doet u een melding en
schakelt u zelf een onafhankelijke kwaliteitsborger in.
In de praktijk worstelen gemeenten nog flink met die nieuwe wetgeving. Sommige wijken
lokaal af of houden verbouwingen nog in het oude vergunningstelsel, zeker bij
appartementen en monumenten. Informeer dus bij uw eigen gemeente welke route zij
volgen.
Waar u nooit onderuit komt, welke route het ook wordt: u moet met een
constructieberekening aantonen dat de aanpassing voldoet aan het Besluit bouwwerken
leefomgeving, het voormalige Bouwbesluit. Die berekening en de bijbehorende tekening
zijn precies wat ik lever. Wat dat kost staat op de kostenpagina.
Hoe zwaar wordt de stalen ligger?
Dat hangt af van de overspanning en van wat er precies op die muur rust. Voor een
gangbare woningdoorbraak komt u meestal uit op een stalen H- of I-profiel tussen de
200 en 300 millimeter hoog. Twee voorbeelden uit eigen werk:
- Bij een project in Nijmegen werd het een HEA 220: een breder,
vierkanter profiel dat je gebruikt als er grote belastingen spelen maar de
inbouwhoogte beperkt is.
- Bij een doorbraak in Bemmel was een IPE 270 de juiste keuze: slanker
en hoger, ideaal voor een grotere overspanning als er genoeg hoogte in het plafond
zit.
Dit reken ik exact uit. Een te lichte balk buigt door en dat ziet u terug als scheuren.
Een te zware balk is onnodig duur en voor de aannemer onwerkbaar zwaar. En de ligger is
vaak niet eens het lastigste deel: dat zijn de opleggingen en de fundering eronder.
Moet er gestempeld worden tijdens de sloop?
Absoluut. Als u een draagmuur wegslaat, moet de last van de verdiepingen en het dak
ergens heen voordat de stalen ligger definitief ligt en is ondersabeld. Dat gebeurt met
stalen schroefstempels en houten spreidsloffen die het gewicht verdelen.
Meestal bepaalt de aannemer zelf hoe hij stempelt; dat valt onder zijn
uitvoeringsverantwoordelijkheid. Bij zware doorbraken, een matige fundering of een
precaire situatie maak ik een stempelplan: daarin staat waar de stempels komen,
hoe ver uit elkaar, en of er in de kruipruimte moet worden doorgestempeld naar de
fundering, zodat de begane grondvloer niet bezwijkt onder de tijdelijke puntlast.
Wat als mijn fundering de nieuwe belasting niet aankan?
Dan hoort u dat voordat er werk in gaat zitten. Haalt u vier meter draagmuur weg en
komt daar een ligger voor terug, dan verzamelt de belasting die eerst over die vier
meter verdeeld was zich in twee massieve puntlasten aan de uiteinden. De
bestaande strookfundering of poer onder die opleggingen moet dat lokaal kunnen
verwerken, en bij oudere woningen is dat precies waar het kan knellen.
Daarom toets ik de fundering altijd mee, niet alleen de ligger. Dat zit bij het
standaardtarief inbegrepen. Blijkt zij tekort te schieten, dan ontwerp ik meteen de
versterking: vaak een extra betonnen poer, een verbrede strook, of incidenteel een
bijgeslagen stalen stutpaal.
Wat als er na de verbouwing scheuren ontstaan?
Veruit de meeste scheuren na een doorbraak komen niet uit de berekening, maar uit de
uitvoering. Dit zijn de drie klassiekers:
- Verkeerd of te laat stempelen.
- Te ruw slopen, waardoor er meer beweegt dan nodig.
- De ligger niet strak en krimparm ondersabelen, waardoor het gebouw een
fractie zakt voordat het staal de last echt draagt. Dat ziet u later terug in het
stucwerk.
Daar kunt u op sturen: vraag uw aannemer hoe hij stempelt en waarmee hij de oplegging
opvult. Ik blijf tijdens de bouw bereikbaar, juist voor dat soort momenten.
De verdeling is verder eenvoudig. De constructieve veiligheid van het ontwerp is mijn
verantwoordelijkheid en daarvoor ben ik beroepsaansprakelijk verzekerd. De uitvoering
is die van de aannemer, die daarvoor een CAR-verzekering heeft.
Kan het ook in een appartement of bij een VvE?
Ja, maar er komt een stap bij. Volgens de splitsingsakte is de draagconstructie, dus
de dragende muren, funderingen, vloeren en het dak, vrijwel altijd gemeenschappelijk
eigendom van alle bewoners. U mag een draagmuur dus nooit zomaar slopen, ook niet als
die midden in uw eigen appartement staat.
U heeft formele toestemming van de Vereniging van Eigenaars nodig, vaak via een
Algemene Ledenvergadering. VvE's eisen daarbij altijd een professioneel
constructierapport, en vragen daarnaast vaak om een bouwkundige vooropname bij de
omliggende appartementen. Die nulmeting voorkomt achteraf getouwtrek over de vraag of
een scheurtje bij de buren er al zat.
Wanneer moet ik een constructeur inschakelen?
Zodra uw plan enigszins vorm heeft, en in elk geval voordat u de aanvraag of melding
doet. Vroeg bellen scheelt vaak geld: soms is een opening een halve meter verderop
constructief veel eenvoudiger, en dat weet u liever voordat de tekeningen af zijn.
U hoeft nog niets op papier te hebben om te bellen.